Prijzen zijn excl. btw

Regelgeving

1. Wat is noodverlichting?
Noodverlichting gaat branden, wanneer de normale verlichting als gevolg van een stroomstoring uitvalt. De noodverlichting wordt dan gevoed met een accu die onafhankelijk is van de bron die de normale verlichting.

2. Wat is de functie van noodverlichting?
De aanwezigheid van noodverlichting helpt mee om een veilige situatie voor bezoekers en werknemers te creëren. Met behulp van een goed functionerende noodverlichting kunnen risicovolle werkzaamheden veilig worden beëindigd. Daarnaast kunnen hulp- en blusmiddelen worden gelokaliseerd en gebruikt en tenslotte kan men de vluchtroute vinden en deze veilig naar de uitgang volgen.

3. Welke soorten noodverlichting zijn er?
Er wordt onderscheid gemaakt in de volgend drie types noodverlichting:
1- Vluchtwegverlichting. Dit is het deel van de noodverlichting dat de vluchtwegen verlicht. Deze armaturen branden enkel in geval van een stroomstoring.
2- Vluchtwegaanduiding. Dit zijn de noodverlichting armaturen die vluchtwegen en uitgangen voor het verlaten van een gebouw aanduiden. Deze armaturen zijn voorzien van een pictogram en dienen permanent te branden.
3- Noodverlichtin of anti-paniekverlichting. Dit omvat het deel van de nood-evacuatieverlichting dat voorzien is om paniek te voorkomen in ruimtes waar mensen samenkomen, zoals kantines en vergaderzalen. Het is vastgelegd dat dit publieke ruimten betreft groter dan 60 m2. Deze armaturen branden enkel in geval van een stroomstoring.

4. Wat is het verschil tussen centrale en decentrale noodverlichting?
Het principiële verschil tussen deze systemen is dat bij decentraal gevoede noodverlichting, de batterij voor de noodvoeding in de armatuur zelf is geplaatst. Bij centrale noodverlichting staat de noodvoeding ergens in het gebouw centraal opgesteld. Bij de keuze tussen centraal en decentraal speelt o.a. mee: omvang van de installatie, onderhoud, centrale controlemogelijkheden, installatie in nieuwbouw dan wel bestaande bouw en mogelijke uitbreiding in de toekomst. Binnen het MKB komt men voornamelijk decentrale noodverlichting tegen.

5. Welke pictogrammen moeten worden gebruikt?
Voor veiligheidssignalering voor vluchtrouteaanduiding moet gebruik worden gemaakt van de groen-witte pictogrammen (PMS 348) uit de NEN 6088. Voor het juist aangeven van de vluchtroute is het voldoende om gebruik te maken van de pictogrammen met "het rennende mannetje". Het pictogram Nooduitgang ("hoefijzer") mag enkel nog worden gebruikt voor een echte nooduitgang naar buiten, deze mag echter ook door een “running man” worden vervangen. Teksten zijn niet meer toegestaan.

6. Welke armaturen moeten permanent branden en wanneer?
Vluchtwegaanduiding (transparantverlichting) met pictogrammen dienen conform wettelijke voorschriften altijd goed zichtbaar te zijn en moeten branden tijdens aanwezigheid van personen. Dit houdt ook in dat bijvoorbeeld in bioscopen de pictogramarmaturen tijdens de voorstelling dienen te branden.

7. Is het een verplichting om noodverlichting te hebben binnen een bedrijf?
Wettelijke verplichtingen met betrekking tot noodverlichting liggen vast in het Bouwbesluit 2003, de Arbowet en het Gebruiksbesluit 2008. De NEN-EN 1838 geeft een goede invulling aan het ontwerp van een noodverlichtinginstallatie, zodat die aan wettelijke eisen voldoet. De gebruiker moet voldoen aan het hele spectrum van wet- en regelgeving.

8. Wordt er onderscheid gemaakt tussen oudere en nieuwere noodverlichtingsinstallaties of oudere en nieuwere gebouwen?
De huidige inzichten met betrekking tot veiligheid zijn neergelegd in de NEN-EN 1838. Volgens de Arbo-wet is de werkgever verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn werknemers, gasten en klanten. Volgens het Gebruiksbesluit dient de gebruiker van een gebouw zeker te stellen dat de installatie voldoet aan de NEN-EN 1838. Dat betekent dat zowel oude als nieuwe gebouwen veilig dienen te zijn. Alleen voldoen aan het Bouwbesluit is onvoldoende.

9. Waar dient overal noodverlichting te hangen?
Dit is vastgelegd in de diverse normen en hangt deels ook van de aard en omvang van de activiteiten af. Hierin is ook de minimale benodigde lichtopbrengst per activiteit vastgesteld.Het adequaat positioneren en inrichten van een noodverlichtingsinstallatie is specialistenwerk. Safe-Way kan hierin adviseren.

10. Moet in een klein bedrijf ook noodverlichting worden geïnstalleerd?
Ja. In het Arbeidsomstandighedenbesluit, dat voor elke werkgever van kracht is, is de verplichting van vluchtroute-aanduiding en noodverlichting vastgelegd in artikel 3.7 en 3.9. Ook conform het Gebruiksbesluit 2008 (artikel 2.3.7) dient de gebruiker noodverlichting te hebben die voldoet aan NEN 6088 en aan de zichtbaarheidseisen van NEN-EN1838. De enige uitzondering hierop zijn gebouwen kleiner dan 50 m2 die niet voor publiek toegankelijk zijn.

11. Moet ik jaarlijks de noodverlichting controleren en onderhouden?
Jaarlijkse controle en onderhoud van en aan noodverlichting is verplicht. Dit is onder andere vastgelegd in het Gebruiksbesluit 2008. Daarnaast wordt er geëist dat de aanwezige noodverlichting goed functioneert. Borging hiervan is alleen te realiseren door middel van dit regulier onderhoud. Dat zijn de redenen dat wij in lijn met de inspectierichtlijn ISSO 79 en de NEN-EN 50172 een inspectie/ onderhoudsinterval van 1 jaar aanhouden.

12. Moet er een onderhoudscontract worden afgesloten voor een noodverlichtingsinstallatie?
Jaarlijks onderhoud aan noodverlichting is verplicht. Borging van dit regulier onderhoud kan onder andere door middel van een onderhoudscontract bereikt worden.

13. Wat gebeurt er bij het jaarlijkse onderhoud?
Bij het jaarlijks onderhoud vinden de volgende hoofdactiviteiten plaats:
a. Inspectie van de functionaliteit. Hierbij vindt een visuele inspectie plaats op beschadigingen, vervuiling en veroudering. Waar nodig wordt dit gecorrigeerd. Ook wordt het pictogram gecontroleerd.
b. Testen van de functionaliteit. Hierbij wordt gecontroleerd of de lamp en het armatuur technisch nog goed functioneren en in werking treden bij spanningsuitval.
c. Testen van autonomie van de accu. Er vindt een controle plaats of het armatuur nog een autonomie behaalt van 1 uur door het spanningsloos maken van de installatie.

Naar aanleiding van de bevindingen, zullen reparaties plaatsvinden. Ook vervangen we altijd preventief de tl-buis van permanent brandende noodverlichting. Bij het jaarlijks onderhoud vindt er altijd een check plaats of er geen wijzigingen hebben plaatsgevonden binnen het gebouw die een aanpassing van de noodverlichtingsinstallatie noodzakelijk maken. Let wel: dit is geen volledige controle van de noodverlichtingsinstallatie, dit is specialistenwerk en kan apart worden verzorgd. De resultaten van het onderhoud en aanbevelingen worden vastgelegd in een onderhoudsrapport en per armatuur vastgelegd in een logboek.

Het jaarlijks onderhoud wordt uitgevoerd door Safe-Way conform de Europese norm NEN-EN 50172 en de ISSO publicatie 79.

14. Kan ik het jaarlijkse onderhoud niet zelf doen, iedereen kan toch een tl-buis verwisselen?
Het jaarlijkse onderhoud dient uitgevoerd te worden door een vakbekwaam persoon, die kennis heeft van elektriciteit, ervaring met electrotechnische werkzaamheden, inzicht in mogelijke gevaren en de in acht te nemen voorzorgsmaatregelen. Het onderhoud is complexer dan het op het eerste gezicht lijkt en houdt meer in dan een tl-buis vervangen. Met name het testen van de autonomie en het vervangen van accu’s vergt absoluut gedegen kennis van elektrotechnische werkzaamheden.

15. Waarom wordt het onderhoud niet gelijktijdig met de controle van kleine blusmiddelen uitgevoerd?
Aangezien het specialistenwerk betreft waarbij grondige kennis van elektrotechnische werkzaamheden vereist is, wordt dit werk apart uitgevoerd door een Safe-Way noodverlichtingspecialist die alle soorten accu’s en armaturen op voorraad in zijn werkvoorraad heeft. Uiteraard heeft deze noodverlichtingspecialist wel basis kennis van brandveiligheid en kleine blusmiddelen zodat u eventuele vragen hierover wel kunt stellen en ook eventuele hervullingen kunnen worden meegenomen.

16. Wat is autonomie en hoe testen we dit?
De term autonomie wordt gebruikt voor de volledige brandduur in nood op de noodvoeding van de installatie (dit is de periode dat de installatie autonoom kan functioneren). In Nederland is de eis voor deze autonomie 1 uur (conform Bouwbesluit en NEN-EN 1838). Dit is te toetsen door middel van een automatisch testsysteem in het armatuur, centrale testsystemen of door het spanningsloos maken van de installatie.

17. Hoe vaak moeten de accu's van decentrale noodverlichting vervangen worden?
De accu's moeten vervangen worden wanneer na een test blijkt dat de geëiste autonomie niet meer wordt gehaald. Volgens de productnorm EN 60598-2-22 moet de fabrikant bij ontwerp van de armatuur en de selectie van de accu ervoor zorgen dat de accu na 4 jaar nog de gewenste autonomie heeft (onder normale bedrijfsomstandigheden). Technisch is het niet te garanderen dat een accu na het 4e jaar nog een volledig jaar aan de autonomie-eis kan voldoen. Dit is sterk afhankelijk van leeftijd, staat van het armatuur en met name omgevingstemperatuur. Daarom wordt een preventieve vervanging elke vier jaar aanbevolen door fabrikanten en door Safe-Way.

18. Hoe vaak moeten lampen vervangen worden?
Safe-Way maakt gebruik van kwalitatief hoogwaardige tl-buizen met een gegarandeerde lichtopbrengst van 8.000 branduren en LED verlichting met 50.000 branduren. In praktijk zullen de tl-buizen bij permanent brandende armaturen na 13 à 14 maanden uitvallen. Derhalve dient men de tl-buizen jaarlijks standaard bij het onderhoud te vervangen. Bij niet permanent brandende armaturen worden de tl-buizen jaarlijks op functioneren getest en worden ze enkel vervangen bij een defect. Bij LED verlichting  wordt na vier jaar aanbevolen deze te vervangen.

© Noodverlichting Online 2019
Alle prijzen in deze winkel zijn excl. BTW
Safeway en noodverlichtingonline zijn handelsnamen van Fosch Management en Advies.